Eventing seizoen voorbereiden: zo start je goed (+ gratis checklist!)

Yes, het eventingseizoen gaat weer beginnen. Maar hoe zorg je dat je niet onvoorbereid aan je eerste cross verschijnt? Een goede seizoenstart begint niet bij je eerste wedstrijd, maar weken daarvoor. Met planning, gerichte training en bewuste keuzes.

Ik werk al bijna 10 jaar samen met een internationale eventingamazone en regel alles rondom wedstrijdplanning, galoptrainingen en alles wat er qua regels en voorbereiding bij komt kijken. In dit artikel neem ik je stap voor stap mee in hoe je je seizoen slim opbouwt, en dan vertaald naar de nationale crossen!

Voorbereiding voor de start van het eventingseizoen

Roxana rijd natuurlijk al jaren internationaal, maar ons seizoen begint altijd bij het kiezen van de doelen en uitschrijven van het plan. Om het doel te behalen welke wedstrijden zijn er mogelijk? En wat past logisch en veilig? Dat geld voor jou natuurlijk precies zo! Kies een concreet doel en ga vanaf daar terug rekenen! Een paar richtlijnen die ik zelf gebruik bij het plannen van een seizoen:

  • Ik probeer minimaal 3–4 weken tussen crosswedstrijden te plannen. Een keer 1 of 2 weken ertussen kan, maar dan rijd je de eerste wedstrijd bewust als training en niet maximaal. Een cross is piekbelasting. Pezen hebben minimaal 5–7 dagen nodig om te herstellen van microbeschadigingen. Geef je die tijd niet, dan stapel je schade op en vergroot je de kans op blessures.
  • De meeste topsport ruiters beginnen een week of 6 voor de eerste wedstrijd met galoptraining. In de jaren heb ik gemerkt dat sommige paarden veel minder snel conditie opbouwen (bijv door lager percentage bloed, of bijv cornage). Dus dan begin je eerder, en bouw je rustiger op. Rijd je meerdere dagen per week fanatiek en zit daar al regelmatig echt galopwerk in, dan is voor B- of L-wedstrijden vaak geen aparte galoptraining nodig voor je paard. Voor de ruiter is het soms wél verstandig om wat aan de conditie te doen. Verlichte zit en verzurende benen zijn meestal geen paardprobleem. Je moet dus zonder probleem 5 a 6 minuten kunnen galopperen in de verlichte zit! In het begin kan je dat ook zeker oefenen in bijvoorbeeld blokjes van 2/3 minuten!
  • Ga weer bewust op minder perfecte bodem rijden. Blijf niet veilig in de bak nu het weer beter en droger wordt. De cross gaat straks ook niet over een perfect geëgaliseerde bodem. Je rijdt door het bos, over weiland, over licht oneffen terrein. Dat vraagt iets anders van pezen en spieren dan je zandbodem thuis. Door in de weken vóór je eerste wedstrijd vaker buiten te rijden, belast je pezen en banden geleidelijk op verschillende ondergronden. Dat maakt ze sterker en beter voorbereid op wat er straks komt.Meer buitenritten dus. Niet alleen voor de conditie, maar juist voor belastbaarheid.

  • Zorg dat je het springen geleidelijk opbouwt als je in de winter minder hebt gesprongen. Werk toe naar maximaal twee keer per week, maar nooit twee dagen achter elkaar. Een wat serieuzere springtraining en 1 wat lichtere sessie. Het gaat om gecontroleerde herhaling en een duidelijke trainingsprikkel, niet om complete parcoursen of veel herhalingen. Pezen hebben maanden nodig om sterker te worden, niet weken. In de week voor een cross kun je nog wat springen, maar houd het licht: een paar gymnastische sprongen voor scherpte, geen zware parcoursen en geen vermoeiende sessies. En dus ook niet nog even op crossles om nog de puntjes op de I te zetten.
  • Ga ruim vóór je eerste crosswedstrijd bewust trainen op wat je straks tegenkomt. Spring weer eens op gras in plaats van alleen op je perfecte zandbodem. Zoek water op tijdens een buitenrit. Train een keer op een ander terrein zodat je paard weer leert omgaan met nieuwe prikkels. Kijk ook eerlijk terug naar vorig seizoen. Waar ging het mis? Was het een smalletje, in water, een combnatie, het tempo, of je eigen spanning? Dat zijn geen toevalsmomenten, dat zijn trainingspunten. Veel cross situaties kun je thuis nabouwen met gewone springhindernissen. Een schuine lijn, een combinatie op gebroken lijn, een smalletje, een lijn waar je moet terugkomen in galop. Het hoeft geen echte boomstam te zijn om effectief te trainen. Wacht niet tot de eerste wedstrijd om te ontdekken waar je nog niet klaar voor bent. Als je eerlijk bent weet je dat echt wel! En je kunt met je instructeur wel sparren om te kijken hoe je dat thuis kunt oefenen als je er zelf niet uit komt.

Herstel is het allerbelangrijkste!

Nu je weer meer gaat trainen, is het belangrijk om herstel serieus te nemen. Eventing vraagt veel van een paard. Het is niet alleen techniek, maar ook kracht en conditie. Doe daarom nooit twee zware trainingen op dagen direct achter elkaar. Denk bij zwaar werk aan een intensieve springtraining, een galoptraining of een lange, pittige buitenrit.

Zorg dat er minimaal 2 tot 3 dagen tussen zwaardere trainingen zitten. De dag daarna rijd je vooral rustig los. Licht dressuurwerk, stappen, eventueel wat draf, maar geen nieuwe zware belasting. Wij doen met onze internationale paarden elke 4de dag een galoptraining.

Herstel hoort bij trainen. Je paard wordt niet sterker tijdens de training, maar juist in de dagen erna. Geef je paard daarnaast ook af en toe een echte rustdag. De dag na zware belasting kies je bij voorkeur voor actief herstel: veel stappen, lage hartslag, geen nieuwe prikkel. Net als bij jezelf met spierpijn is lichte beweging vaak prettiger dan volledig stilzetten. Staan ze 24/7 buiten, dan kan een rustdag na een zware training minder kwaad, omdat ze wel blijven bewegen. Staan ze veel op stal, dan is een dag rustig loswerken meestal verstandiger.

Controle van de herstel hartslag na de cross

Meten is weten

In de topsport rijdt bijna iedereen met een hartslagmeter. Maar juist in de amateursport kan het minstens zo waardevol zijn. Topsporters hebben vaak jaren ervaring en voelen veel subtiele veranderingen. Als amateur is dat lastiger. Je rijdt minder paarden, hebt minder referentiekader en ziet niet elke week tien verschillende trainingssituaties.

Een hartslagmeter helpt je objectiever kijken. Niet om blind op cijfers te rijden, maar om je gevoel te checken.

Wist je dat je al in stap of draf afwijkingen kunt zien? Een hartslag die structureel hoger is dan normaal bij lage intensiteit kan wijzen op spanning, vermoeidheid of zelfs beginnende fysieke problemen. Het mooie is: je ziet het in de hartslag vaak eerder dan je het voelt. Het is onwijs waardevol om 1 of 2 keer in de week met hartslag meter te rijden en zo eens te kijken wat de hartslag van je paard je vertelt.

De hartslag in stap

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een ontspannen (belangrijk want stress en spanning zorgt voor een hogere hartslag!) warmbloed paard rond 60-75 bpm zit. Weet jij de normale waardes van jou paard? Als je iedere training ziet dat die waardes omhoog lopen is dat een alarm signaal: dit kan natuurlijk spanning zijn (voor het eerst weer buiten) maar ook vermoeidheid beginnen de overbelasting of misschien wel ergens pijn! Een paard dat fysiek harder moet werken om zichzelf te dragen, laat dat vaak eerst in lage intensiteit zien.

De hartslag in draf

In een gewone normale arbeidsdraf zit de hartslag van een warmbloed rond 90-110bpm, maar waar zit jouw paard? En vooral als je ziet dat hij ineens 10-20 slagen hoger zit dan de vorige keer hebben we weer een alarm signaal. Het kan dus ook zijn dat je paard nog herstellende is van een zware training. Alles draait dus om context!

Herstel na galop

Dit gebruiken we bij galoptraining het meest: we kijken hoe snel een paard terugzakt in hartslag na een galopblok. Na een intensiever stuk galop zie je de hartslag vaak rond de 150–170 bpm zitten, afhankelijk van tempo en niveau. Wat je wilt zien, is dat die binnen 1–2 minuten duidelijk daalt richting 110–120 bpm.

Blijft de hartslag langer hoog hangen, of zakt hij maar langzaam? Dan was dit blok eigenlijk net te zwaar voor het huidige conditieniveau. Het lichaam heeft dan meer tijd nodig om te herstellen. Herstel vertelt je dus meer dan de piek zelf. Een hoge piek is niet direct een probleem. Een trage daling wél.

Praktische zaken regelen voor je crosswedstrijd

Je zult niet de eerste zijn die op wedstrijd komt en de vaccinaties niet kloppen, of de stiftgaten zitten er niet in. Dus zorg dat je voor jezelf een checklist maakt die je altijd afgaat!

4 weken voor je eerste wedstrijd:

  • Plan de smid niet in een paar dagen voor je wedstrijd, liever iets langer er voor.
  • Check na de laatste smid beurt voor je wedstrijd of er stift gaten in zitten als je ijzers hebt.
  • Check de vaccinaties (dubbel check de regels op de KNHS website)  Let op: je vaccinatie mag niet in de week voor je wedstrijd gegeven worden!

De week voor je wedstrijd:

  • Controleer je airjacket of bodyprotector, patroon vol en alles werkt?
  • Check je hoofdstel, zadel, singel, stijgbeugels, alles nog heel?
  • Voelt je paard niet helemaal okey, niet helemaal fit of loopt ie net niet helemaal lekker? Beter af melden dan toch nog even door drukken!

De dag voor vertrek:

Meer tips van een internationale eventing amazone? Ik nam deze masterclass op bij Roxana tijdens de kickoff van het eventingseizoen weekend. Je bestelt en bekijkt hem hier.

Wie ben ik?

Ik rijd zelf geen eventing, maar werk al jaren samen met internationale amazone en instructrice Roxana Graman. Ik ondersteun haar met de lessen, communicatie met lesklanten, maak video’s, wedstrijdplanningen, trainingsschema’s en doe hartslaganalyses.

Door die samenwerking met haar en haar lesklanten zag ik hoe groot de behoefte is aan meer inside-informatie: hoe dik staat een wedstrijd, hoe is de bodem? Daarom ben ik dit platform gestart!

Dit artikel is onderdeel van de eventing gids, een praktisch overzicht van alles wat je moet weten over de eventingsport. Van hindernissen en regels tot wedstrijdvoorbereiding en progressie. Check hier de volledige eventing gids.