Eventing kalender 2026

Nationaal
Plan jouw seizoen met overzicht per week.
Speciaal voor ruiters die nationaal bij de paarden starten.
Met duidelijke weekblokken.
Nationaal
Overzicht voor ponyruiters en hun ouders.
Plan slim rondom school, trainingen en wedstrijden.
Zie in één oogopslag hoe jouw seizoen is verdeeld.
Internationaal
Voor ruiters die internationaal starten.
Een duidelijk weekoverzicht om internationale wedstrijden logisch op te bouwen.
Hoe plan je je eventing seizoen?
Bepaal je doel
Waar wil je aan het einde van het jaar staan? Een klasse hoger? Een NK starten? Foutloos rondkomen?
Kies 1 hoofddoel en houd daar je focus op dit jaar.
Plan terug vanaf je doel
Ga dan terug plannen vanaf je doel. Wat heb je nodig om je doel te behalen? Hoeveel wedstrijden? Trainingen? Wat past in je eigen agendan?
Plan niet te strak!
Als je nog 4 winstpunten nodig hebt plan dan niet maar 2 wedstrijden maar liever 3 of 4. Zodat je niet gelijk vol met de druk er op moet rijden!
Bewaak belasting & herstel
Geef genoeg tijd voor herstel en belast niet te zwaar. Na een crosswedstrijd wil je 7-10 dagen niet springen. Het liefst heb je minimaal 2/3 weken tussen cross wedstrijden.
Veel gestelde vragen
Rijd je puur voor de lol? Dan heb je geen doel nodig.
Maar wil je groeien naar L, M of misschien ooit internationaal dan begint alles met één duidelijke vraag:
Waar wil ik aan het einde van dit seizoen staan? Niet: “ik wil beter rijden.” Maar concreet.
Bijvoorbeeld:
- Mijn eerste foutloze cross rijden
- 10 winstpunten halen
- Binnen de tijd rijden
- Mijn M-debuut maken
- Toewerken naar een NK
Daarna komt het belangrijkste: realistisch kijken.
Misschien droom je van M, maar rijd je nu net B.
Dan is je échte doel voor dit seizoen misschien eerst:
Foutloos en met vertrouwen B rijden, of misschien je eigen conditie opbouwen.
Je grote droom mag blijven.
Maar je seizoensdoel moet haalbaar zijn. En hier zit ook iets mentaals achter.
Ons brein werkt niet goed op vage plannen.
Zeg je: “We zien wel hoe het loopt,” dan gebeurt er weinig.
Zeg je: “In september wil ik M starten,” dan gaat je brein automatisch zoeken naar stappen om daar te komen.
Een concreet doel geeft:
- Focus
- Structuur
- Rust
- Richting in je trainingen
Dus kies één helder doel voor dit seizoen. Niet tien.
En vraag jezelf af:
Als dit seizoen maar één ding écht moet lukken… wat is dat dan?
Daar begint je plan.
Een crosswedstrijd vraagt veel van je paard.
Dressuur, springen én cross nationaal vaak allemaal op één dag.
Dus wij zijn verantwoordelijk om het zó te plannen dat onze paarden dat fysiek én mentaal ook echt aankunnen.
Fysiek: spieren, pezen en herstel
Laten we beginnen bij het fysieke stuk. Spieren en pezen krijgen tijdens een cross flinke belasting te verwerken. Je kent het van jezelf: spierpijn voel je vaak het meest op dag 2.
Maar bij paarden is vooral het bindweefsel (pezen en banden) de beperkende factor.
Tijdens een cross ontstaan er kleine microbeschadigingen in het peesweefsel.
Dat is niet erg daar worden ze sterker van. Maar alleen als je ze tijd geeft om te herstellen.
Pezen hebben gemiddeld 7–10 dagen nodig om die microprikkels te verwerken.
Ga je in die periode opnieuw zwaar springen of crossen, dan stapel je belasting.
Daarom:
- Spring na een zware cross minimaal 7–10 dagen niet serieus.
- Plan bij voorkeur 2–3 weken tussen intensieve crosswedstrijden.
- Zie een wedstrijd als trainingsprikkel niet als los moment.
Fitheid bouw je op in herstel.
Niet in belasting.
Mentale belasting (vaak onderschat)
Dit wordt vaak vergeten. Een paard kan fysiek fit zijn, maar mentaal leeg.
Voorbeelden:
- Slechte reiziger
- Slecht eten of drinken op wedstrijd
- Veel spanning van andere paarden
- Overgevoelig voor nieuwe omgeving
Zo’n paard kan een “makkelijke” cross lopen, maar alsnog uitgeput thuiskomen.
Stress kost energie. En energie die naar stress gaat, kan niet naar herstel.
Daarom is het soms slimmer om:
- Een oefencross te rijden (rustig zonder druk)
- Een lager niveau te starten
- Een ontspannen wedstrijd in te plannen zonder prestatiedruk
Niet om “terug te gaan”, maar om vertrouwen en rust te bouwen. Mentale rust is ook training.
Hoe herken je mentale overbelasting?
Let op signalen zoals:
- Minder eetlust op wedstrijd
- Slechter herstelgedrag (onrustig op stal)
- Thuis prikkelbaarder dan normaal
- Langzamer herstel van hartslag
- Onverklaarbaar minder scherp in training
Een hartslagmeter kan hier onwijs bij helpen.
Normaal gesproken wil je dat de hartslag na inspanning vrij snel onder de 100 zakt.
Blijft je paard lang hoog in hartslag, terwijl de fysieke belasting niet extreem was?
Dan kan dat ook stress zijn (maar ook warmte heeft invloed op de hartslag!)
Let vooral op verandering ten opzichte van je normale patroon.
Niet op één losse waarde.
Veel ruiters gebruiken een hartslagmeter tijdens de galoptraining.
Zo ben ik er ook mee begonnen: trainen, data opslaan, analyseren.
Maar inmiddels weten we dat een hartslagmeter veel meer kan vertellen dan alleen hoe hard je paard gaat.
Er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar hartslag en stressreacties.
Je ziet zelfs dat mensen hem inzetten bij trailerlaadproblemen of spanning op vreemd terrein.
Want de hartslag van een paard vertelt je niet alleen iets over conditie.
Hij vertelt je iets over het hele systeem.
Herstel zegt meer dan piek
Bij galoptraining kijken we vaak naar herstel:
- Hoe snel zakt de hartslag onder de 140?
- Hoe snel komt hij weer onder de 100?
Maar ook naar: hoe hard gaat het paard op een bepaalde hartslag: als hij steeds sneller gaat op dezelfde hartslag wordt ie dus ook fitter.
Maar minstens zo interessant is:
- Wat is de rusthartslag van je paard op stal?
- Wat is zijn normale hartslag in stap?
- Wat is zijn gemiddelde in draf?
Weet je dat eigenlijk? Want pas als je weet wat normaal is, herken je afwijkingen.
Zie je ineens dat:
- De rusthartslag hoger is dan anders
- Het herstel langer duurt
- De hartslag bij lichte arbeid al hoger ligt
Dan vertelt dat je iets. Misschien is je paard niet helemaal fit. Misschien is er beginnende overbelasting. Misschien speelt er iets wat je nog niet ziet. Een hartslagmeter maakt het onzichtbare zichtbaar.
Hartslag en stress
De hartslag vertelt je ook wanneer je paard stress ervaart.
Een paard kan er rustig uitzien, maar intern al in een verhoogde staat van alertheid zitten.
Denk aan:
- De startbox
- Een nieuwe locatie
- Een druk voorterrein
- Of zelfs spanning van jou als ruiter
- Staat je paard stil en zit hij al op 140–160?
Dan is dat geen conditieprobleem. Dat is stress.
En stress kost energie. Het mooie is: je kunt hier iets mee.
Merk je dat de hartslag oploopt terwijl jij gespannen bent?
Adem bewust rustiger. Ontspan je schouders. Verlaag je eigen spanning.
Paarden reageren sterk op onze ademhaling en spierspanning.
Soms zie je de hartslag letterlijk zakken als jij ontspant.
Kijk naar patronen, niet naar één getal
Het gaat niet om één perfecte waarde. Het gaat om trends:
- Herstelt hij sneller dan vorige maand?
- Is zijn rusthartslag stabiel?
- Reageert hij heftiger op prikkels dan normaal?
- Heeft hij langer nodig om terug in ontspanning te komen?
Dat zijn signalen. En hoe eerder je signalen ziet, hoe eerder je kunt bijsturen. Daarnaast zeggen getallen niets zonder de context, zonder het gevoel. Als de hartslag hoger ligt dan verwacht vraag ik vaak wat er gebeurde tijdens de (galop)training. Wanneer het paard bijvoorbeeld harder wil dan de ruiter, dan kom je in een soort discussie met het paard waardoor de hartslag daardoor hoger wordt, terwijl ze dus helemaal niet zo hard gaan. Combineer de cijfers dus altijd met je gevoel en de rest van de context.
Waarom dit belangrijk is
Een hartslagmeter is geen gadget. Het is feedback.
Het helpt je:
- Overbelasting eerder te herkennen
- Stress te begrijpen
- Training objectiever te maken
- En met meer vertrouwen keuzes te maken
Hoe beter jij je paard begrijpt,
hoe beter je planning wordt.
